Hij had het gezien tijdens zijn verblijf in Rome. Collega Rafaël bouwde er een eeuw eerder kleine stadspaleizen. Die waren uitbundig versierd, hadden een binnenplaats en achteraan een tuin. Rubens pikte het idee op voor zijn eigen huis en voegde een statige portiek toe. Voor de imposante centrale doorgang haalde hij inspiratie bij die andere alleskunner: Michelangelo.
Samen met het tuinpaviljoen is de ‘portico’ het enige originele overblijfsel van Rubens’ verbouwingen. Letterlijk zijn visitekaartjes. Vooral de portiek zit vol verwijzingen naar zijn overtuigingen en vak. Ossenschedels refereren naar Hercules, adelaars naar macht en ramskoppen naar geduld en welvaart. Bovenaan stelen twee Romeinse goden de show: Mercurius van de schilderkunst en Minerva van de wijsheid.