In de Antwerpse havenstad was van alles te krijgen. Tulpentrippers scoorden er de Gouda, Viceroy, Anvers en Admirael de Man tot de Oudenaarde, Generael Vereyck, Switsers, Petter, Otto de Man en de Somerschoon. Witte, gele en rode tulpen in één kleur waren al langer op de markt. Maar zo’n exclusieve gevlamde en gestreepte exemplaren? Die waren dé trip van eind jaren 30!
De handel was niet zonder risico. Bollen werden aan woekerprijzen doorverkocht, zonder dat kopers ze zagen bloeien. Soms bleken ze niet de beloofde kleur of patroon te hebben. Of ze waren uitgedroogd en bloeiden helemaal niet. In 1637 bereikte de tulpengekte haar hoogtepunt. De prijzen werden zo opgedreven dat de markt explodeerde.
De Antwerpse kunstverzamelaar Antonio de Tassis verkocht dat jaar alle bijbollen van zijn moedertulp. Kostprijs: 15.100 gulden. Tuinman Willem zou hier wel 209 jaren voor moeten werken!